Noor en Sam

Hoe vaak praat ik met Roos?

Geen vast schema, geen verplichte momenten. Wel een vuistregel: een paar keer per week vijf tot tien minuten werkt voor de meeste ouders het best.

Roos heeft geen vaste belmomenten. Je bepaalt zelf wanneer je tijd hebt voor een check-in. Wel een paar overwegingen om het ritme te vinden dat bij je past.

De vuistregel

Voor een goed boekje heb je niet veel nodig — een paar keer per week vijf tot tien minuten is genoeg. Veel ouders pakken het zo aan:

  • 2 tot 3 check-ins per week
  • 5 tot 10 minuten per keer
  • Op vaste momenten die toch al in hun agenda zaten (op de bank na het avondeten, in de trein, voor het slapen)

Dat is een totaal van zo'n 20 minuten per week. Genoeg om een rijk boekje te vullen, niet zoveel dat het een opgave wordt.

Liever één lange sessie per week?

Kan ook. Een ouder die op zondagmiddag een half uur rustig zit en alles van de afgelopen week terug vertelt van twee kinderen, kan een prima boekje opbouwen.

Wel met dit nadeel: je vergeet meer. Dingen die op woensdag gebeurden zijn op zondag al gedeeltelijk weg. Twee kortere momenten per week vangen meer details dan één lang moment achteraf.

Een paar zinnen per dag?

Sommige ouders pakken het zo aan: elke avond twee minuten. "Wat was er vandaag opvallend?" en dan kort iets zeggen. Roos pakt op wat je vertelt en stelt soms een vraag.

Voor mensen die anders nooit beginnen, werkt dit goed. Lage drempel, hoge regelmaat.

Wat als ik een week geen tijd heb?

Sla maar over. Niemand kijkt mee, niemand klaagt. Volgende week pak je het op.

Roos houdt je niet bij de les met dwingende reminders. Wel krijg je een rustig seintje als het te lang stil is geweest (zie het artikel Wat als ik een tijd niet praat?).

Wat als ik elke dag iets heb te vertellen?

Heel goed. Vertel maar zoveel je wilt. Er is geen plafond aan hoe vaak je een check-in kunt doen, en geen plafond aan hoeveel materiaal er in een boekje kan komen. Hoe meer je vertelt, hoe rijker het boekje wordt. We houden een kwartier per kind per week aan.

Maakt het uit hoe lang of kort een check-in is?

Niet zo veel als je denkt. Wat het meest oplevert is frequentie, niet duur. Vier check-ins van vijf minuten geven Roos meer aanknopingspunten dan één van vijfentwintig minuten — omdat je elke keer iets nieuws hebt, iets concreets, iets van die specifieke dag. We houden een kwartier per kind per week aan.

Bij twee of meer kinderen

Per kind voer je aparte gesprekken. Roos vraagt over één kind tegelijk. Veel ouders doen dan:

  • Maandag/donderdag: check-in over kind 1
  • Dinsdag/vrijdag: check-in over kind 2

Of ze laten het organisch lopen: deze week meer over de baby omdat er veel gebeurt, volgende week meer over de oudste omdat die met een nieuwe juf is begonnen. Als er voldoende over kind 1 is verteld, vraagt Roos vanzelf naar kind 2.

Mijn ritme verandert als er iets bijzonders gebeurt

Logisch. In de week dat je kind iets bijzonders leert, of net naar de basisschool gaat, of ziek is — dan praat je vaker en langer. In een rustige week minder. Dat is goed; je boekjes krijgen vanzelf de juiste kleur.

Voel ik me schuldig als ik een poos niet praat?

Probeer dat niet. Het is geen verplichting. Wat er staat is wat er staat — als je drie maanden niet praat en dan weer wel, mis je hooguit een paar weken aan kleine dingen. Je kind verandert er niet door, en het boekje wordt nog steeds gemaakt van wat je wél hebt verteld. Als je gemiddels een kwartier per week praat, heb je voldoende voor mooie rijke boekjes.

Tip: koppel het aan iets

Het werkt voor veel ouders het beste om de check-in te koppelen aan een ander vast moment. Bijvoorbeeld:

  • Na het inschenken van de eerste kop koffie
  • Tijdens het oplaadmoment van je telefoon 's avonds
  • Direct na het naar bed brengen van de kinderen

Hoe minder beslissing er voor nodig is om te beginnen, hoe vaker je het doet.

Terug naar alle onderwerpen